concert 18 september 1964


MET MEDEWERKING VAN N. Ph. O.
Soli Deo Gloria excelleerde in concert in Grote Kerk
ORATORIUM "ELIAS" EEN MUZIKALE BELEVENIS


Prachtige partijen van solisten
HOORN. - De christelijke gemengde oratoriumvereniging "Soli Deo Gloria" gaf gisteravond m de Grote Kerk een uitvoering van het oratorium "Elias" van Felix Mendelssohn Bartholdy. Solisten waren: Heleen Verkleij, sopraan; Sibyile Raaphorst alt, Jan Dittmeyer tenor en David Hollestelle bas. Verder werkten mede een dubbbelkwartet van de Ned. radio Unie en de Hoornse jongenssopraan Peter Robert. Het Noordhollands Philharmonisch Orkest verzorgde het instrumentale gedeelte. Het geheel stond onder leiding van Meindert Boekel.

De uitvoeringen van Soli Deo Gloria zijn altijd goed verzorgd, zodat ook deze keer de kerk, die door haar afmetingen een goede akoustiek heeft, behoorlijk was bezet. Aan de klankvol gespeelde orchestrale inleiding gaat een Recitatief van Elias vooraf, waarin de warme bas van Hollestelle en de voordracht direct tot intense aandacht dwongen. Zijn artistieke persoonlijkheid van voorname allure was van doorslaggevende betekenis voor het welslagen van het concert, daar hij een voorname partij vervulde. In dit verband is de indrukwekkend gezongen aria "Ist nicht des Herrn Wort" een aparte vermelding waard, evenals de ontroerend voorgedragen "Es ist genug" zonder echter bijvoorbeeld de overige aria's met wisselende stemmingen en de veelal dramatische recitatieven te vergeten.

OVERTUIGEND
De tenor overtuigde al in zijn eerste recitatief met aansluitende aria van zijn muzikaliteit, ofschoon meer overtuigingskracht speciaal de aria ten goede zou zijn gekomen.
In de overige gedeelten voldeed hij ons meer in de lyrische- dan in dramatische episoden. Zo klonk het visioninaire "Dann werden die Gerechten" wonder mooi.
De sopraan beleefde haar tekst, hetgeen tot uiting kwam in een grote zeggingskracht, zoals uit de bewogen voorgedragen "Was hast du an mir getan, du Mann" onloochenbaar bleek. Het tweede deel van het oratorium begint met een sopraanaria van grote schoonheid. Heleen Verkleij maakte hierin met haar goed gefundeerde techniek en haar indringende voordracht een grootse indruk. Haar zang stond in andere gedeelten eveneens op een hoog peil.

DOORVOERD
Sibylle Raaphorst zorgde in het Arioso "Weh ihnen, dass sie von mir weichen!" met haar goed dragende stem, die voor een alt evenwel een licht timbre heeft, voor een goed doorvoerde voordracht. Dit bleek ook uit de prachtige aria "Zei stille dem Herrn", die zij met grote innigheid zong. Haar zang betekende een kunstzinnige bijdrage in het solistenkwartet.
Het dubbelkwartet, dat zowel in deze samenstelling als enkelvoudig, dus als kwartet optrad, en uit beroepsmusici bestaat, vervulde zijn taak op accurate en muzikale wijze. Een hemels terzet was het a capella "Hebe deine Augen auf", ontroerend mooi gezongen door Heleen Verkleij, Myriam Krieg (sopraan van het dubbelkwartet) en Sibylle Raaphorst.
De pure zang van een jongensstem kan ontroerend klinken. Het was daarom jammer, dat Peter Robert, ofschoon wel zeer helder maar niet geheel zuiver, zong zodat het beoogde effect niet goed tot zijn recht kwam.

VOORBEREIDING
De koorzang, die direct na de ouverture volgde, getuigde van goede voorbereiding. De evenredige verdeling van de dames- en herenstemmen was eveneens van belang. Het uitstekende resultaat, dat de dirigent wist te bereiken in het dramatische koor "Aber der Herr sieht es nicht" was van een grote schoonheid. Een mooie klankvorming en voordracht waren opmerkelijk, factoren, die de gehele avond bleven gehandhaafd. Ook de helderheid van de sopranen was van betekenis. Zoals onder meer uit de met grote dramatische kracht gezongen koren "Der Herr ging vorüber", uit "Und der Prophet Elias brach hervor" en het monumentale slotkoor naar voren kwam.
De koorpartijen zijn verre van gemakkelijk. Wellicht keek men daardoor teveel in de muziek, maar op kritieke momenten lette men terdege op de aanwijzingen van de dirigent.
Het N. Ph. O., dat met zijn spel de goede faam bevestigde, die het in de loop der jaren heeft gekregen, deelde aan het slot terecht in de hulde van bet zeer geboeid luisterende publiek.

TH. LINTHORST