concert 20 november 1994


Soli Deo Gloria

Concert door Soli Deo Gloria met medewerking van de sopraan Hieke Meppelink, de alt Cecile Roovers, de tenor Ludwig van Steenbergen (Gijsegem) en de bas Charles van Tassel, Het Noordhollands Bach Orkest en organiste Aukje Broers. Het geheel stond onder leiding van Hans van Steenbergen. Plaats: Oosterkerk (HOORN). Zondagmiddag bijgewoond door Liduine Thorn.

Dit concert was ter ere van de naamdag van de heilige Caecilia, schutspatrones van de muziek en de musici. De dichter John Dryden schreef twee odes voor deze beschermheilige, die beide door George Friedricht Händel getoonzet zijn. De eerste, "Ode on St. Caecilia's Day", weerklonk deze middag. In Drydens Ode wordt de eeuwigheidswaarde van muziek benadrukt: zij staat aan het begin van de Schepping en zal voortduren tot op de Jongste dag waarop, als de trompet weerklinkt, de doden zullen herrijzen. Daar tussenin ligt het menselijk bedrijf: liefde en strijd worden door muziek begeleid. Er is geen hartstocht die niet in muzikale klanken kan worden uitgedrukt.
Het Bachorkest opende met de "Ouverture", waarbij de eerste violen de zestiende noten niet helemaal onder elkaar kregen. De tenor verhaalde in een recitatief de ontspruiting van het universum. Expressief, hoewel in het begin erg laag voor een tenor, ontwaakte de natuur. In dit werk had het koor niet zo'n groot aandeel; het was voornamelijk solistisch. Doch hetgeen ze zongen, was duidelijk te verstaan en werd zeer enthousiast gebracht. Het koor reageerde alert op de dirigent; het orkest daarentegen leek af en toe verrast.
Op het lijf van de sopraan geschreven was "What passion connot music raise". Zij verklankte "het hemelse geluid" met prachtig ingehouden hoge noten en delicate versieringen.
Als de begeleiding niet opvalt, dan is zij juist. Jammer genoeg waren er af en toe kleine wanklankjes te horen, die gelukkig niemand van de wijs brachten. In de loop van de middag ging het orkest steeds beter spelen.
In "The soft complaining flute" was de sopraan zeer expressief. De tekst ging over een fluit en een luit (hier een theorbe oftewel een concertluit), welke ook te horen was.
Het slotkoor was een vraag en antwoord tussen sopraan en koor, vervolgens tussen sopraan en trompet en tenslotte tussen de koorstemmen zelf. Zeer majestueus en indrukwekkend.
Na de pauze volgde de "Missa Sanctae Caeciliae" van Joseph Haydn. Een werk voor koor, vier solisten en orkest. Het koor zette zeer accuraat in en volgde de dirigent nauwgezet. Zeer bedreven en enthousiast leidde Hans van Steenbergen het geheel. De bas, een oude rot in het vak, zong zeer ontspannen en muzikaal. De tonen moesten soms vanuit zijn tenen komen, schitterend. De alt was niet zo bedreven en kwam in dit stuk dan ook niet zo uit de verf.
Zoals gewoonlijk ver in de minderheid, waren de mannenstemmen toch zeer gedegen en zuiver. De slotkoren waren zo krachtig, dat na het slotakkoord de uitverkocht kerk even de adem inhield.


Liduine Thorn
Dagblad voor Westfriesland, 21-11-1994