concert 12 april 1990


Soli Deo Gloria

Concert door: Christelijke Oratorium Vereniging Soli Deo Gloria, met medewerking van Marjan Smit (sopraan), Corinne Romijn (alt), Wouter Goedhart (tenor), Palle Fuhr Jörgensen (bas), Robert Coupe (tenor, evangelist), Math Dirks (bas, Christus), Henriëtte Gorthuis (luit), Susanne Braumann (viola da gamba), Aukje van Steenbergen-Broers (orgel) en het Noordhollands Bach orkest; het geheel onder leiding van Hans van Steenbergen; Plaats: Oosterkerk (Hoorn). Gisteravond beluisterd door Regina Arbouw.
De belangstelling voor deze avond was zeer groot.


Op het programma stond de Johannes Passion van J.S. Bach, dit jaar alweer voor de achtste keer op Witte Donderdag in Hoorn.
Zoals vaker bij dit oratoriumkoor is geconstateerd, was ook in dit concert het openingskoor aanvankelijk wat mat en aarzelend. Vooral de herenstemmen misten voldoende elan om "Herr unser Herrscher" voldoende geïnspireerd weer te geven. Pas in de laatste regels van dit koorwerk waren de stemmen voldoende op temperatuur.
De tenor Robert Coupe als evangelist was vanaf het begin helder. Hij zong melodieus en iets dramatisch, hetgeen zijn rol zeer levendig maakte. De bas Math Dirks was in de Christusvertolking een stabiele factor, een genoegen om te volgen.
De dames en heren solisten hebben in dit oratorium zeer verschillend getinte partijen. Maar dit jaar waren niet alleen de partijen verschillend, Soli Deo Gloria had gastzangers met een verschillend temperament uitgenodigd.
De sopraan Marjan Smit liet een uitbundig geluid horen en hield dat de hele avond vol. Ze was op volle sterkte maar iets minder was misschien ook aardig geweest.
Bescheiden en zorgvuldig was de presentatie van de alt Corinne Romijn. Ook de tenor Wouter Goedhart leverde vakwerk, deze zanger weet zijn sterke punten uit te buiten. Palle Fuhr Jörgensen heeft een brede, melodieuze bas. Zijn aandeel in dit oratorium was rustig, gedegen en van grote schoonheid.
Het oratoriumkoor was bijzonder temperamentvol, de Johannes Passion is vertrouwd genoeg om goed te zingen. Toch vertoonde de vertolking nergens sleur of slijtplekken, het geheel klonk geïnteresseerd en alert.
Die alertheid is uiteraard voor een deel het werk van de dirigent, die met al zijn goede zorgen helaas niet kon voorkomen dat de eerste violen in het begeleidingsorkest soms wat weinig homogeen klonken. Dit werd echter ruimschoots goedgemaakt door de gevoelige continuo's, waarin de organiste een zeer muzikale hand had.

Regina Arbouw
13-4-1990