concert 19 november 2000


Soli Deo Gloria

Foto van de uitvoering van 'Die Schöpfung' op 19 november 2000
Oratoriumvereniging Soli Deo Gloria schittert in de uitverkochte Oosterkerk.

Concert door de Christelijke Oratoriumvereniging Soli Deo Gloria, met medewerking van Elma van den Dool (sopraan), Ludwig van Gijsegem (tenor), Frans Fiselier (bas), Ada Knop-Kleymeer (c1avecimbel) en het begeleidingsorkest Philharmonia Amsterdam. Op het programma stond het oratorium "Die Schopfung" van Joseph Haydn, de algehele leiding hierover had Marcel Joosen. De uitvoering was gistermiddag in de Oosterkerk (HOORN). De kerk was uitverkocht.

In dit oratorium is een grote rol weggelegd voor de drie solisten, die in de beide eerste delen als de drie aartsengelen Raphaël, Gabriël en Uriël de boodschappers van de scheppingsfasen zijn. In het derde deel vervallen de rollen van Raphaël en Gabriël, slechts Uriël blijft en zingt samen met de eerste mensen, Adam en Eva, Gods lof.
Het grote koor vergrootte de oorspronkelijke boodschappen, riep op tot lofprijzing en acteerde ondersteunend bij de lading die de boodschappen droegen. Deze rolverdeling impliceerde een nauwgezette samenwerking tussen de solisten en het koor, maar ook tussen de solisten en de claveciniste, die een groot aandeel had in de muzikale omlijsting van de vele recitatieven. Dit muzikale scheppingsverhaal bevatte een groot aantal veelzeggende tegenstellingen. Een groot deel daarvan werden eeuwen geleden door de componist verzorgd, maar ook in de muzikale presentatie van gisteren was een aantal veelzeggende contrasten te beluisteren. De solozang was bijvoorbeeld rijk aan versieringen en dynamische diepgang. De koorzang daarentegen kenmerkte zich, zeker in de eerste twee delen door kracht en eenheid.
Deze eenheid was op diverse niveaus te bespeuren, het stemmenevenwicht in het koor was heel goed. Maar ook de harmonieën die nodig waren om het verhaal kracht bij te zetten, klonken als een echte eenheid. Koor nr. 10 "Stimmt an die Saiten" is een voorbeeld van deze vruchtbare opvatting. Na dit koor viel bovendien een functionele (iets langere) pauze, waardoor het contrast met het tenor-recitatief daarna heel erg ontroerend was. Het waren niet slechts de tegenstellingen die de aandacht opeisten. De heel mooi verlopende samenwerking van het koor met de instrumentalisten van het begeleidingsorkest was vooral hoorbaar in de temperamentvol gezongen tussenkoren. Dank zij de grote alertheid van de dirigent, die het stuk volledig in de vingers leek te hebben, verliepen de wisselingen schijnbaar moeiteloos. Orkest en solisten schitterden een aantal malen, de tenor Ludwig van Gijsegem toonde zijn grote artisticiteit in tenminste twee soli, waar de zang haarscherp was te bewonderen, niettegenstaande het geringe volume. Deze tenor leverde met zijn prachtige stem een schitterende prestatie tijdens dit concert. Sopraan en bas stonden na twee delen voor een wijziging in hun rol, van aartsengelen naar mensen van vlees en bloed. Zij volbrachten deze wisseling in personages bijzonder goed, uit hun aandacht voor het detail sprak kwaliteit en toewijding. Soli Deo Gloria lijkt onder deze dirigent heel goed te gedijen, de prestaties in de zang weerspiegelden rust, homogeniteit in de groepen en een goed evenwicht tussen de stemmengroepen. De minutenlang aanhoudende ovatie was natuurlijk bedoeld voor en verdiend door alle medewerkenden. Maar de bijval, door koor en publiek rnag vooral gezien worden als een bijzonder blijk van dank en waardering voor dirigent Marcel Joosen.

Regina Arbouw
Dagblad voor West-Friesland, 20-11-2000